- Berichten
- 93
Goed, ik ben een beetje begonnen aan een "badges hunt" en na de verwoven bacon strips en een eigen Tokkie is het wel een mooi moment voor een Porky Pig knorretje.
Dus... Pulled Pork!
Mijn keuze viel op de zogenaamde ‘wedstrijdstijl’ pulled pork.
Wat wordt hier met ‘wedstrijdstijl’ bedoeld?
Nou, ten eerste wordt het vlees geïnjecteerd met vloeistof, zodat alles doordrenkt raakt met smaak en sappen. Ook wikkel je het vlees, na ongeveer 3 uur roken, in aluminiumfolie en voegen we vloeistoffen toe. Bovendien wordt de temperatuur hoger gezet dan bij de typische bereidingswijzen, waardoor het hele proces ook nog eens veel minder tijd kost. Dus, het resultaat is sappiger, smaakvol vlees, dat ook nog eens veel sneller klaar is. Dat is wat ik een win-win-win-situatie noem.
Tot slot wordt er bij echte wedstrijden ook aandacht besteed aan de presentatie. Dat is naar mijn mening voor de dagelijkse thuiskeuken minder belangrijk, maar het kan zeker geen kwaad om een mooi ogend gerecht te maken.
Hopelijk voldoet deze aan de criteria - het was in ieder geval erg lekker!
Goed, dat was het eindresultaat, maar dat gaat natuurlijk niet zo 1-2-3 hè?
Daar moeten we wel even wat voor doen!
Eerst maar even de ingrediënten zoals ik 'm uitgevoerd heb:
Stap 1. Het vlees schoonmaken.
Zoals bij zoveel bereidingen beginnen we met het schoonmaken van het vlees.
Haal daartoe de varkensnek uit de verpakking en verwijder eventueel aanwezige zilvervlies en harde stukjes vet.
Ongekuisd:
Hier zie je de schoongemaakte versie, zonder zilvervlies en zonder grote stukken hard vet:
Stap 2. Injecteer het vlees.
Voor wedstrijdstijl ‘pulled pork’ willen we het hele stuk vlees doordrenken met smaak. Daarom injecteren we het met vloeistof vooraf.
Voor het injectiemengsel koos ik voor een zoetachtige alcoholische drank, zoals bourbon of zoete rum, in combinatie met honing. Voor het eerste had ik toevallig nog honingrum staan van een eerdere vakantie, dus daar heb ik voor gekozen.
Meng de honingrum met de honing, zodat het mengsel dun genoeg is om het in de grote vleesinjectiespuit op te zuigen.
Werk vervolgens rondom het stuk vlees en injecteer het op verschillende dieptes, met een tussenruimte van enkele centimeters ten opzichte van de andere injectiepunten. Ga door totdat het hele stuk vlees volledig doordrenkt is en er vloeistof uit begint te sijpelen.
Ik heb deze honingrum gebruikt (bourbon en dergelijke zijn ook prima):
...en deze honing:
Meng beide ingrediënten door elkaar, zodat het mengsel vloeibaar genoeg blijft om het met de spuit op te zuigen:
Vul de spuit:
...en injecteer de vloeistof in het vlees. Werk rondom het vlees en injecteer op elke plek ongeveer een kwart van de spuit, telkens op een afstand van zo’n 3 centimeter. Ga door totdat het vlees volledig doordrenkt is en er vloeistof uit begint te sijpelen:
Stap 3. Kruid het vlees.
Na het injecteren is het tijd om de buitenkant te kruiden. We brengen eerst een zeer royale laag BBQ-rub naar keuze aan. Dit is een groot stuk vlees, dus het kan wel wat rub hebben.
Ik wilde een zoetig eindresultaat, maar had geen zoete rub bij de hand, dus besloot ik het vlees ook een laagje bruine suiker te geven.
Zet het vlees daarna weg en laat de kruiden intrekken (dit kan een nacht zijn, of zo lang als je wilt).
Strooi een riante laag rub op het vlees:
En daarna een laag(je) bruine suiker:
Het vlees moet goed bedekt zijn met rub en suiker. Laat het nu zo lang staan als je wilt. Een nacht is ideaal, maar kortere tijden zijn ook prima:
Stap 4. Rook het vlees.
Oké, tijd om het vlees op de Q te leggen!
Voor deze bereiding heb ik een volledig indirecte opstelling gebruikt bij 150 graden Celsius. Ik heb ook een met water gevulde lekbak bovenop de deflector geplaatst.
Als rookhout heb ik gekozen voor een mix van appel- en kersenhout.
Voer deze fase uit totdat de kerntemperatuur tussen de 65 en 70 graden Celsius ligt en er een mooie korst is ontstaan. Afhankelijk van de grootte van het vlees kan dit tot ongeveer 3 uur duren.
Leg het vlees boven de lekbak(ken) met water:
Laat het nu een tijdje gaan en als de bark erg droog wordt, besproei je deze af en toe met wat water:
Houd ook de kerntemperatuur in de gaten. Als de temperatuur tussen de 65 en 70 graden Celsius ligt en de ‘bark’ er mooi uitziet, stoppen we:
Stap 5. Wrap het vlees en voeg vloeistof toe.
Nu halen we de procureur van de Q en leggen we deze opzij in een bakplaat.
We zijn nu klaar om te beginnen met het inpakken, waarvoor we dikke aluminiumfolie gebruiken.
Maak eerst een mengsel van 50-50 ginger ale en barbecuesaus.
Wikkel het vlees nu aan drie kanten goed in de folie en laat één kant ruim open.
Leg de open kant zo neer dat de opening bovenaan zit en giet het mengsel van ginger ale en barbecuesaus erin. Sluit daarna de aluminiumfolie.
Ginger ale en barbecuesaus:
Meng de ginger ale en de barbecuesaus en zet het apart:
Leg het varkensvlees op een groot stuk stevige aluminiumfolie:
Wikkel het varkensvlees aan drie kanten in en laat één kant ruim open:
Giet de vloeistoffen vanaf de open kant erin:
....en maak het inpakken af, zodat het varkensvlees helemaal is ingepakt:
Stap 6. Laat het vlees langzaam mals worden.
Nu leggen we het ingepakte vlees weer op de Q en laten we het nog een paar uur gaan, totdat de kerntemperatuur tussen de 95 en 100 graden Celsius ligt.
Dit kan tot ongeveer 3 uur duren, afhankelijk van de grootte van het vlees en de hitte van je opstelling.
Haal het vlees daarna van de grill en laat het minstens 1 uur rusten.
Laat het garen tot de kerntemperatuur tussen ongeveer 95 en 100 graden Celsius ligt:
Stap 7. Het vlees uit elkaar trekken.
Nu zijn we klaar om dit heerlijke stuk vlees om te toveren tot pulled pork!
Pak twee 'berenklauwen' (‘vleesplukkers’) of twee vorken als je die niet hebt. Haal het vlees uit de folie en trek het voorzichtig uit elkaar.
Scheid het vocht van het vlees (bewaar al het vocht voor een volgende maaltijd of om het voer van bijvoorbeeld Timmy de Labrador wat te verrijken).
Dek het vlees af en laat het nog even rusten terwijl je de garnering klaarmaakt.
Gebruik twee berenklauwen of twee vorken (of eventueel je handen, maar pas op, het vlees is HEET):
Pak het varkensvlees uit:
Trek het uit elkaar (hier was het handig geweest een assistent(e) op de set aanwezig te hebben om een mooie actiefoto te krijgen - dat is een skill die ik Timmy de Labrador nog niet heb kunnen leren, zelfs niet met vlees als beloning
):
Ga door totdat je klaar bent en je een flinke portie pulled pork hebt. Dek het af en zet het apart:
Stap 8. Maak de broodjes.
Yay! Tijd om de sandwiches te maken!
Maar maak eerst een eenvoudige en snelle kaassaus! Smelt wat boter samen met cheddarkaas en voeg zwarte peper toe. Maak hier een dikke, kleverige saus van. Voeg eventueel wat melk toe als deze te dik is.
Nu kunnen we de broodjes samenstellen. Kies het brood dat je lekker vindt (hier zijn talloze opties mogelijk, kies iets wat je lekker vindt).
Snijd het brood open, doe er een flinke hoeveelheid pulled pork op, leg er wat coleslaw bovenop, vervolgens wat plakjes augurk en als laatste wat van de kaassaus. Natuurlijk kun je ook andere dingen toevoegen, zoals barbecuesaus.
Ik raad je wel aan om niet te overdrijven met de hoeveelheid toppings, want anders gaat de smaak van je broodjes alle kanten op, waardoor het onduidelijk wordt wat hier nu eigenlijk de hoofdrol speelt – en dat moet altijd het vlees zijn. Zorg er dus voor dat je het niet overdrijft en laat het vlees hier de hoofdrol spelen.
Smelt de cheddarkaas en de romige boter samen en voeg zwarte peper toe:
Roer goed door tot je een lekkere, romige kaassaus hebt. Zo moet je saus ongeveer worden:
Maak de sandwich, begin met een flinke hoeveelheid pulled pork:
Leg er nu wat coleslaw op:
Tenslotte nog een paar plakjes augurk, barbecuesaus, de kaassaus en/of wat anders moois er op en je bent klaar!
Erg lekker!
Het getoonde exemplaar had naar mijn smaak wel wat veel aan augurk en coleslaw er op. Dat was lekker, maar het overheerde een beetje. Bij latere exemplaren heb ik er wat minder op gedaan. Even goed heerlijk natuurlijk!
-O.
Dus... Pulled Pork!
Mijn keuze viel op de zogenaamde ‘wedstrijdstijl’ pulled pork.
Wat wordt hier met ‘wedstrijdstijl’ bedoeld?
Nou, ten eerste wordt het vlees geïnjecteerd met vloeistof, zodat alles doordrenkt raakt met smaak en sappen. Ook wikkel je het vlees, na ongeveer 3 uur roken, in aluminiumfolie en voegen we vloeistoffen toe. Bovendien wordt de temperatuur hoger gezet dan bij de typische bereidingswijzen, waardoor het hele proces ook nog eens veel minder tijd kost. Dus, het resultaat is sappiger, smaakvol vlees, dat ook nog eens veel sneller klaar is. Dat is wat ik een win-win-win-situatie noem.
Tot slot wordt er bij echte wedstrijden ook aandacht besteed aan de presentatie. Dat is naar mijn mening voor de dagelijkse thuiskeuken minder belangrijk, maar het kan zeker geen kwaad om een mooi ogend gerecht te maken.
Hopelijk voldoet deze aan de criteria - het was in ieder geval erg lekker!
Goed, dat was het eindresultaat, maar dat gaat natuurlijk niet zo 1-2-3 hè?
Daar moeten we wel even wat voor doen!
Eerst maar even de ingrediënten zoals ik 'm uitgevoerd heb:
- 1 grote procureur, ongeveer 2-3 kg
- BBQ-rub
- Zoetige alcoholische drank (zoals bourbon, honingrum)
- Honing
- Ginger ale
- BBQ-saus
- Bruine suiker
- Cheddar kaas
- Zwarte peper
- Boter
- Koolsalade (coleslaw)
- Brood
Stap 1. Het vlees schoonmaken.
Zoals bij zoveel bereidingen beginnen we met het schoonmaken van het vlees.
Haal daartoe de varkensnek uit de verpakking en verwijder eventueel aanwezige zilvervlies en harde stukjes vet.
Ongekuisd:
Hier zie je de schoongemaakte versie, zonder zilvervlies en zonder grote stukken hard vet:
Stap 2. Injecteer het vlees.
Voor wedstrijdstijl ‘pulled pork’ willen we het hele stuk vlees doordrenken met smaak. Daarom injecteren we het met vloeistof vooraf.
Voor het injectiemengsel koos ik voor een zoetachtige alcoholische drank, zoals bourbon of zoete rum, in combinatie met honing. Voor het eerste had ik toevallig nog honingrum staan van een eerdere vakantie, dus daar heb ik voor gekozen.
Meng de honingrum met de honing, zodat het mengsel dun genoeg is om het in de grote vleesinjectiespuit op te zuigen.
Werk vervolgens rondom het stuk vlees en injecteer het op verschillende dieptes, met een tussenruimte van enkele centimeters ten opzichte van de andere injectiepunten. Ga door totdat het hele stuk vlees volledig doordrenkt is en er vloeistof uit begint te sijpelen.
Ik heb deze honingrum gebruikt (bourbon en dergelijke zijn ook prima):
...en deze honing:
Meng beide ingrediënten door elkaar, zodat het mengsel vloeibaar genoeg blijft om het met de spuit op te zuigen:
Vul de spuit:
...en injecteer de vloeistof in het vlees. Werk rondom het vlees en injecteer op elke plek ongeveer een kwart van de spuit, telkens op een afstand van zo’n 3 centimeter. Ga door totdat het vlees volledig doordrenkt is en er vloeistof uit begint te sijpelen:
Stap 3. Kruid het vlees.
Na het injecteren is het tijd om de buitenkant te kruiden. We brengen eerst een zeer royale laag BBQ-rub naar keuze aan. Dit is een groot stuk vlees, dus het kan wel wat rub hebben.
Ik wilde een zoetig eindresultaat, maar had geen zoete rub bij de hand, dus besloot ik het vlees ook een laagje bruine suiker te geven.
Zet het vlees daarna weg en laat de kruiden intrekken (dit kan een nacht zijn, of zo lang als je wilt).
Strooi een riante laag rub op het vlees:
En daarna een laag(je) bruine suiker:
Het vlees moet goed bedekt zijn met rub en suiker. Laat het nu zo lang staan als je wilt. Een nacht is ideaal, maar kortere tijden zijn ook prima:
Stap 4. Rook het vlees.
Oké, tijd om het vlees op de Q te leggen!
Voor deze bereiding heb ik een volledig indirecte opstelling gebruikt bij 150 graden Celsius. Ik heb ook een met water gevulde lekbak bovenop de deflector geplaatst.
Als rookhout heb ik gekozen voor een mix van appel- en kersenhout.
Voer deze fase uit totdat de kerntemperatuur tussen de 65 en 70 graden Celsius ligt en er een mooie korst is ontstaan. Afhankelijk van de grootte van het vlees kan dit tot ongeveer 3 uur duren.
Leg het vlees boven de lekbak(ken) met water:
Laat het nu een tijdje gaan en als de bark erg droog wordt, besproei je deze af en toe met wat water:
Houd ook de kerntemperatuur in de gaten. Als de temperatuur tussen de 65 en 70 graden Celsius ligt en de ‘bark’ er mooi uitziet, stoppen we:
Stap 5. Wrap het vlees en voeg vloeistof toe.
Nu halen we de procureur van de Q en leggen we deze opzij in een bakplaat.
We zijn nu klaar om te beginnen met het inpakken, waarvoor we dikke aluminiumfolie gebruiken.
Maak eerst een mengsel van 50-50 ginger ale en barbecuesaus.
Wikkel het vlees nu aan drie kanten goed in de folie en laat één kant ruim open.
Leg de open kant zo neer dat de opening bovenaan zit en giet het mengsel van ginger ale en barbecuesaus erin. Sluit daarna de aluminiumfolie.
Ginger ale en barbecuesaus:
Meng de ginger ale en de barbecuesaus en zet het apart:
Leg het varkensvlees op een groot stuk stevige aluminiumfolie:
Wikkel het varkensvlees aan drie kanten in en laat één kant ruim open:
Giet de vloeistoffen vanaf de open kant erin:
....en maak het inpakken af, zodat het varkensvlees helemaal is ingepakt:
Stap 6. Laat het vlees langzaam mals worden.
Nu leggen we het ingepakte vlees weer op de Q en laten we het nog een paar uur gaan, totdat de kerntemperatuur tussen de 95 en 100 graden Celsius ligt.
Dit kan tot ongeveer 3 uur duren, afhankelijk van de grootte van het vlees en de hitte van je opstelling.
Haal het vlees daarna van de grill en laat het minstens 1 uur rusten.
Laat het garen tot de kerntemperatuur tussen ongeveer 95 en 100 graden Celsius ligt:
Stap 7. Het vlees uit elkaar trekken.
Nu zijn we klaar om dit heerlijke stuk vlees om te toveren tot pulled pork!
Pak twee 'berenklauwen' (‘vleesplukkers’) of twee vorken als je die niet hebt. Haal het vlees uit de folie en trek het voorzichtig uit elkaar.
Scheid het vocht van het vlees (bewaar al het vocht voor een volgende maaltijd of om het voer van bijvoorbeeld Timmy de Labrador wat te verrijken).
Dek het vlees af en laat het nog even rusten terwijl je de garnering klaarmaakt.
Gebruik twee berenklauwen of twee vorken (of eventueel je handen, maar pas op, het vlees is HEET):
Pak het varkensvlees uit:
Trek het uit elkaar (hier was het handig geweest een assistent(e) op de set aanwezig te hebben om een mooie actiefoto te krijgen - dat is een skill die ik Timmy de Labrador nog niet heb kunnen leren, zelfs niet met vlees als beloning
Ga door totdat je klaar bent en je een flinke portie pulled pork hebt. Dek het af en zet het apart:
Stap 8. Maak de broodjes.
Yay! Tijd om de sandwiches te maken!
Maar maak eerst een eenvoudige en snelle kaassaus! Smelt wat boter samen met cheddarkaas en voeg zwarte peper toe. Maak hier een dikke, kleverige saus van. Voeg eventueel wat melk toe als deze te dik is.
Nu kunnen we de broodjes samenstellen. Kies het brood dat je lekker vindt (hier zijn talloze opties mogelijk, kies iets wat je lekker vindt).
Snijd het brood open, doe er een flinke hoeveelheid pulled pork op, leg er wat coleslaw bovenop, vervolgens wat plakjes augurk en als laatste wat van de kaassaus. Natuurlijk kun je ook andere dingen toevoegen, zoals barbecuesaus.
Ik raad je wel aan om niet te overdrijven met de hoeveelheid toppings, want anders gaat de smaak van je broodjes alle kanten op, waardoor het onduidelijk wordt wat hier nu eigenlijk de hoofdrol speelt – en dat moet altijd het vlees zijn. Zorg er dus voor dat je het niet overdrijft en laat het vlees hier de hoofdrol spelen.
Smelt de cheddarkaas en de romige boter samen en voeg zwarte peper toe:
Roer goed door tot je een lekkere, romige kaassaus hebt. Zo moet je saus ongeveer worden:
Maak de sandwich, begin met een flinke hoeveelheid pulled pork:
Leg er nu wat coleslaw op:
Tenslotte nog een paar plakjes augurk, barbecuesaus, de kaassaus en/of wat anders moois er op en je bent klaar!
Erg lekker!
Het getoonde exemplaar had naar mijn smaak wel wat veel aan augurk en coleslaw er op. Dat was lekker, maar het overheerde een beetje. Bij latere exemplaren heb ik er wat minder op gedaan. Even goed heerlijk natuurlijk!
-O.